Wat Fanny en Alexander met ons te maken hebben

Emilie, de beeldschone moeder van de Zweedse Fanny en Alexander in de gelijknamige film van Ingmar Bergman uit 1982, ruist in haar zwarte jurk, met in haar kielzog haar kinderen ook in de rouw, langzaam en plechtig het theater binnen. Daar treft ze haar voormalige gezelschap aan, dat ze als actrice verliet om te hertrouwen (ze was weduwe geworden) met een bisschop. Ze slaat haar sluier naar achteren en de blijdschap op haar gezicht is overweldigend. De acteurs wachten tot ze bij hen is met de kinderen en stappen om de beurt langzaam naar voren om haar de hand te geven, om haar te zeggen dat ze het heerlijk vinden dat ze terug is, om te vragen of ze zich weer bij hen zal aansluiten, om haar ingetogen te omhelzen. Aan het einde van de scene komt een jongeman in beeld die murmelt terwijl hij zijn handen voor zijn ogen slaat: ‘Ik ben erg emotioneel, ik ben sprakeloos, sprakeloos’ en lacht voorzichtig door zijn tranen heen.

Ik bekeek Fanny en Alexander, Zweedse klassieker, 312 minuten lang, plus nog anderhalf uur extra’s, in delen gedurende een week. Veel vrolijke scenes van het goede leven van een rijke familie, maar ook wreedheden van een godsdienstwaanzinnige bisschop die als disciplinerende stiefvader alle verbeelding uit zijn stiefkinderen wil slaan. Gelukkig komt hij op gruwelijke wijze aan zijn eind, want dat zal elke kijker hem gunnen.

Waarom na bijna 40 jaar een stukje schrijven over een stokoude film? Natuurlijk omdat kunst schoon is en ons veel kan leren. Maar ik werd zo erg getroffen door deze scene dat ik hem keer op keer heb teruggedraaid omdat ik hem niet begreep. Het ontroerde me. Die mensen die traag, plechtig, ingetogen dichtbij elkaar staan, zachtjes spreken, maar de emoties zinderen. De tradities werden met voeten getreden, een vrouw nog in de rouw, die breeduit lacht; die weer wordt opgenomen in het gezelschap dat, doordat zij het verliet, bijna ten dode opgeschreven was.

En langzaam drong tot me door dat dit het was: hoeveel respect ze hadden voor elkaar, de compassie en de solidariteit die de groep uitstraalde. En ik vergeleek al die Zweedse nederig overgebrachte emoties met die van de onze samenleving. Het ontbreken van respect voor elkaar, de arrogantie waarmee we anderen tegemoet treden, met het idee dat die een lesje dienen te worden geleerd en als dat niet lukt moeten worden vernederd, afgemaakt, het liefst met een overdosis scheldwoorden. De hysterie. Het gebrek aan compassie. Het gebrek aan wil om in de ander zijn of haar schoenen te gaan staan. De verbeelding. Iets met boven jezelf uitstijgen. Daar draaide het om in Bergmans film. Fanny en Alexander hadden het al begrepen.