Vissen in Neerlands troebele wateren

‘Het levend vangen van mensen’, het was nog niet zo lang geleden een hobby in ons land: mensen in het netten van de christelijke religie verstrikken om deel te laten worden van hun broederschap, de christelijke gemeente. ‘n tikje archaïsch, maar toch verbaasde het niet dat toen mensen bij bosjes begonnen aan te spoelen in onze wateren (met netten hoefden niet meer te worden aangesleept), veel christenen het als hun plicht zagen hen te redden. Dat deze samaritaanse barmhartigheid snel omsloeg in de onwil van veel christenen (CDA-ers) om te helpen, verbaast juist wel. In een interview met mensenvisser op de Middellandse Zee kapitein Adriaan Sonneveld in Trouw een tijdje geleden, las ik de nieuwe wens van een christelijke voorvrouw Madeleine van Toorenburg. Zij hoopte dat zijn ‘boot desnoods afgezonken wordt’. Ten overvloede misschien, maar haar doelwit hier is dus de redder. De upgrade van vis naar mens zit er in Nederland al een tijd niet meer in.

Mijn zoon studeerde al enkele maanden in Grenoble rechten toen er van de ene op de andere dag een jongeman bij hen in de (internationale) klas aanschoof. Hij sprak geen Frans en zijn Engels was rudimentair. Over zijn achtergrond wisten ze niets. Op een dag vroeg een van zijn klasgenoten waarom hij in tegenstelling tot alle anderen toch nooit zijn laptop meenam en hij antwoordde hij dat hij er geen bezat. Met de computer kwam het hele verhaal: hij was afkomstig uit Darfur, had een deel van zijn familie afgeslacht zien worden, werd gevangen genomen. (Het verhaal van marteling kwam pas later). Met alleen zijn telefoon vluchtte hij in een bootje van Libië naar de kust van Italië, waar de mensensmokkelaars om sporen uit te wissen het rubberen bootje lek staken en terugkeerden met een eigen boot. Via de jungle van Parijs belandde hij in de asielprocedure.

De klasgenoten zetten een crowdfunding project op touw en binnen een week hadden ze een zoveel geld verzameld dat ze zowel een laptop als ook een mooie tas voor hem konden kopen. In zijn dankwoordje zei hij: ‘Eerst was ik niemand, en jullie maakten van mij iemand.’

Maar tot zijn ontsteltenis werd zijn asielaanvraag afgewezen. Naïef als hij was meende hij dat zijn zaak geen enkel document behoefde dat iets kon toevoegen aan de duidelijkheid van zijn diepste ellende. Gelukkig had hij juristen als klasgenoten en zij adviseerden hem bij het verzamelen van de juiste documenten. Pijnlijke documenten. Overlijdensaktes, verblijf in vluchtelingenkampen, medische attesten van sporen van marteling, van slecht slapen. Geld werd bijgelegd voor de vertaling van de stukken.

En toen, het wonder, op weer zo’n dag waarvan zijn leven afhing, hoorde hij dat zijn verzoek was toegewezen. Het voelde alsof hij opnieuw was geboren. En van al deze mensen rondom hem was er niemand zijn hem zijn nieuwe leven misgunde.

Schrale troost voor welwillende christenen is dat de socialisten, eerst de PvdA en nu de SP, die ook solidariteit beleden deze waarde eveneens overboord zetten. De SP vindt zelfs de gebleken onmenselijke opvang in de regio ok. En daarmee is de migrant een paria geworden in tout Nederland.

Ik vraag me af wat geloof, van christelijk tot socialistisch, nog betekent als je de essentie uitvlakt: dat iedereen het waard is om als broeder te beschouwen. Ik kan maar enkele redenen bedenken hoe het zover is gekomen: dat de voedingsbodem van extremisme niet is gesaneerd. Dat de meeste Nederlandse partijen zijn gaan vissen in de troebele vijver van de immer ontevreden minderheid van assertieve Nederlanders. Dat eigen volk eerst komt. En dat mensen die onze hulp vragen door sommigen als een bedreigende amorfe massa zijn afgeschilderd en gedehumaniseerd.

We kunnen het tij keren. Held Sonneveld kijkt deze mensen dagelijks in de ogen. En alleen al één geval leren kennen is voldoende om te begrijpen wat medemenselijkheid is. Het gaat niet om een paar partijen. Het is lastig leven in landen die bescherming van zichzelf en hun welvaart meer waarde toedichten dan aan het leven van een ander. Ontmenselijken, geen eerbied hebben voor het leven, dat doen we zelf. Het is juist degene die een beroep op ons doet, die ons leert wat humaniteit is. Mits we dat willen.