hoofddoek

Normaal doen als dwingende Neerlandse traditie

Beste Beatrijs Ritsema,

In uw rubriek Moderne Manieren (Trouw 25 februari) over etiquette in dit kikkerland, beantwoordt u een brief van een heer die net vader is geworden en zich afvraagt of hij van de goed functioneerde kraamhulp kan vragen haar hoofddoek af te doen. Hij stoort zich aan de tentoonspreiding van het islamitische geloof. En meent zelfs dat het zijn pasgeboren kind negatief kan beïnvloeden.

Niet alleen de plaatsing, maar ook het antwoord hebben mij hooglijk verbaasd. Uw rubriek draait om aan te raden gedrag in geval van twijfel bij zaken als het wel of niet met de pink omhoog thee drinken, een familielid mogen weigeren bij begrafenissen etc.

U antwoordt dat hij dat verzoek beter maar niet kan doen, hij moet maar aan de hoofddoek wennen, zoals aan neuspiercings, en zijn baby ook, want, het straatbeeld is er vol mee, het is voor moslims een ‘gewild accessoire’ en het zou niet beleefd zijn de hulp te vragen het af te doen.

Helaas noemt u niet waar het hier omgaat: het recht van vrijheid van godsdienstuiting en op grond daarvan het dragen van een hoofddoek. Vergelijkingen met het hebben van neuspiercings (dragers kunnen voor zover mij bekend geen recht doen gelden op de vrijheid van godsdienststuiting) slaan daarom te plank mis. De heer in kwestie moet niet aangeraden worden maar beleefd te zijn, zijn aversie te slikken nee, hij hoort op basis van grondwettelijke rechten deze vrouw haar manier van denken en geloven te respecteren. Sterker nog, doet hij dat niet dan is hij in overtreding van de wet. Het gaat hier dus niet om wat ongeschreven gewoontes en manieren, maar om harde rechten die in dit land gelden. U had hem erop moeten wijzen dat behalve het feit dat hij iemand discrimineert op het gebied van geloofsbeleving, hij ook een proces aan zijn broek kan krijgen als hij de vrouw vraagt haar hoofddoek af te doen.

Tot slot, u bent mild over zijn argument dat zijn pasgeboren baby beïnvloed kan raken door de hoofddoek. Dit is natuurlijk een erg in het oog lopende smoes, die wel ontmaskerd had kunnen worden. Maar goed, minor detail in het geheel.
Plaatsing van een brief bol van vooroordelen en onwaarheid hoort niet in een rubriek over Nederlandse gewoonten thuis. Tenzij u vindt dat die normaal zijn geworden. U had kunnen volstaan met de heer een link te sturen naar onze grondwet. Het is niet voor niets dat onze onze staatssecretaris Sander Dekker onderwijs in onze grondrechten wil gaan benadrukken, de algemene kennis daarover is aan het verdwijnen.

Het verwarren van pseudo Neerlandse tradities, ‘normaal doen’, door deze heer (en onze premier maakt zich daar trouwens ook schuldig aan), met rechten, is een gevaar voor onze democratie, omdat op basis van persoonlijke overtuigingen een ander de mond gesnoerd kan worden.

Met vriendelijke groet,
Tineke Bennema