Begin niet weer met de schoolstrijd

‘De overheidsbemoeienissen dringen steeds verder de scholen binnen. Er dreigen meer en meer gevaren. God make U, Besturen en Personeel, sterk om ook in de toekomst pal te staan voor het Christelijk Onderwijs’, waarschuwde mijn overgrootvader Jacob Strikwerda, medeoprichter van de eerste gereformeerde kweekschool voor Noord-Nederland in Dokkum, in 1911.

Bijna een eeuw na invoering van de wet voor gelijkschakeling van bijzonder en openbaar onderwijs in 1917, lijkt de schoolstrijd opnieuw te zijn losgebarsten na het aannemen door de Kamer van een voorstel om bijzondere scholen te dwingen leerlingen op te nemen. Alsof ze weigeren. Hoewel ik de gereformeerde veren van mij heb afgeschud heb en mijn affiniteit meer ligt bij de islam, denk ik dat mijn overgrootvader en ik het erover eens zouden zijn dat het gemorrel aan artikel 23 van de grondwet een bedreiging vormt voor het tolerante democratisch bestel.

Zowel liberalen als sociaaldemocraten grijpen de houding van minister Slob inzake homoseksualiteit en de abjecte bedreigingen van leraren door enkele moslims te baat om de vrijheid van bijzonder onderwijs in te perken. Als het aan Klaas Dijkhoff lag was het artikel al een paar jaar geleden uit de grondwet gehaald. In Trouw op 14 november spreekt Lodewijk Asscher laatdunkend over ‘de ideologische hoepel’ waar kinderen die naar christelijke scholen gaan soms moeten springen. Dat is een echo van Wilders’ reductie van (islamitische) religie tot een politieke stroming.

PvdA, VVD, maar ook een liberale partij als D’66, geven daarmee ook gehoor aan het idee van een dominerende monocultuur. De Franse laicité, waarbij de overheid religie uit het openbaar leven bant, lijkt zelfs bij sommige partijen aantrekkelijk gevonden te worden. Het onder de groeiende individualisering oprukkende idee dat alleen vrijheid van meningsuiting en niet vrijheid van godsdienstuiting centraal staat in de ‘de Nederlandse cultuur’ (Rutte) en het gebrek aan kennis over religie in het algemeen, zorgen ervoor dat er maar weinig ruimte overblijft voor het gedachtengoed en leefstijl van gelovige minderheden. Daarbij wordt al dan niet bewust het recht op orthodoxie gelijkgeschakeld aan extremisme.

Natuurlijk mogen bijzondere scholen geen vrijplaatsen zijn voor ideeën die anderen in hun vrijheid belemmeren. Overigens zijn bijzondere scholen niet allemaal confessioneel natuurlijk, zie bv het Montessori onderwijs dat ook geraakt zou worden.

Maar het is de taak van een capabele onafhankelijke onderwijsinspectie om te controleren, niet van een gedachtenpolitie. Ineens lijken de liberalen hun roots vergeten als het gaat om opvoeding zoveel mogelijk in de privésfeer te laten. Honderd jaar geleden won bij hun voorvaderen de verdraagzaamheid het van de afkeer van religie. Ik kan geen vooruitstrevendheid zien in het voorstel, het is regressief. En meet met twee maten, de balans met de vrijheid van meningsuiting slaat door ten koste van die van godsdienstuiting, juist in een periode waarin vrijheid zo wordt gewaardeerd. Ken uw geschiedenis.

Uit de woorden van voorstanders van de verdere ondoordachte wijzigingsvoorstel van de grondwet spreekt een ongetemperde zelfgenoegzaamheid en grote angst voor de gelovige medemens. Vergelijk dat met de tijd van de verzuiling, waar ieder binnen elke zuil, zijn ding mocht doen. Ook zonder dol op elkaar te zijn, trouwens.

Nee, het echte gevaar voor onze samenleving schuilt in de vele stemmen die zeer haatdragend zijn tegen gelovigen uit minderheden. Alsof noordwest Europa zelf niet een aberratie is in een religieuze wereld. Alsof openbaar onderwijs niet een levensbeschouwing is, die nu gepresenteerd wordt als neutraal. ‘De vrijzinnigen nemen de schijn aan, alsof ze een zgn. neutrale school begeren, ter wille van andersdenkenden, terwijl ze zichzelf en eigen richting bedoelen’, aldus mijn overgrootvader in zijn geschriften. Die houding staat ook haaks op een lange Nederlandse traditie van vrijdenken ingezet door Erasmus en Spinoza, die beiden religieus waren bovendien.

De richting unisono onderwijs is een kaalslag voor het denken in ons land, dat zich altijd op de borst klopt vanwege respect voor alle uitlatingen in de samenleving. ‘Religies zijn uitdrukkingen van de gezonde menselijke intuïtie dat er iets bestaat voorbij het zijn, zoals wij dat in dit leven ervaren.’ zegt de grote Amerikaanse schrijfster Marilynn Robinson.

Het geloof maakte deel uit van mijn overgrootvaders identiteit en het confessioneel onderwijs was essentieel voor het nageslacht. En zo denken gelovigen daar een eeuw later nog steeds zo over. Respecteer die overtuigingen. Toon vertrouwen in de burger in plaats van wantrouwen. Ontkerkelijking heeft niet geleid tot minder religiositeit, er is nog steeds een grote behoefte aan zingeving. Houd het onderwijs kleurrijk. Bescherm de minderheden. En de godsdienst. Nog even en het is een vies woord in Nederland.

Toen in 1917, na de oorlog en ten tijde van de Spaanse griep pandemie, openbaar en bijzonder onderwijs dezelfde status en bekostiging kregen, voelde dat voor gelovigen als een genoegdoening. Mijn overgrootvader zou het ‘Christelijk onderwijs liefhebben met heel zijn hart’, want zo ‘opvoeden is het overplanten van hemelsche bezieling.’