Marcel Hulspas, Mohammed en de sprekende slang

Het lijkt een gerechtvaardigde vraag: wie kan beter een biografie over de profeet Mohammed schrijven, een vrome moslim of een kritische atheist? Volkskrant journalist/astronoom Marcel Hulspas deed zelf een manmoedige poging. Gerenommeerd theologe en voormalig non Karen Armstrong diskwalificeerde hij in ieder geval, omdat ze volgens hem een ‘bouquetreeks’ boek over Mohammed schreef. Maar hoe bracht hij het er als atheist zelf vanaf?

Voor een studie vergelijk ik momenteel biografieën over Mohammed, en toen ik Mohammed van Hulspals (2015 verschenen) las, dacht ik aan de discussies in de protestantse kerk, hartje WOII, die draaiden om de vraag of de slang in het paradijs werkelijk gesproken had, tegen Eva uiteraard. Men ging er bijna voor op de vuist.

Hulspas toont zich een kenner van de Bijbel en heeft de moeite genomen om zich uitgebreid te verdiepen in de islam, prijzenswaardig is in deze tijden. Zijn literatuurlijst is indrukwekkend, de dikte van zijn boek eveneens (643 pagina’s). Maar naarmate ik in het boek vorderde, verbaasde ik me steeds meer. Wat wil Hulspas? Hij schrijft het niet in zijn inleiding. Er zijn zo ontzettend veel boeken geschreven, wat moet hij toevoegen?

Er valt in ieder geval af en toe te schuddebuiken. Voorbeeldje. Op p 110-111 beargumenteert hij dat pelgrims in Mekka ‘getooid in een verenkleed’ de rondes om de Ka’aba maakten. Serieus? Beetje als indianen dus? Hij meent namelijk dat mensen toen (nog) geen schapen hielden. Huh? Als je het goed beschouwt zijn de boekgodsdiensten aardig vol schaapjes, want levensbehoefte. Mohammed, Jezus, David, ik noem er een paar, ze waren allemaal herders in fasen in hun leven. Ook in de Bijbel huppelden vele herdertjes en schaapjes rond, op allerlei plaatsen in het Midden-Oosten. Enne Slachtfeest? Abraham die zijn zoon moet offeren en daarvoor in de plaats een ram neemt? De Koran zelf maakt poëtisch melding van ‘de dag dat de bergen zullen zijn als wolvlokken die worden gekaard’ (sura 101). Nog niet overtuigd? Wat ook kon helpen: even googlen op origins of wool. Iran. 6000 BC.

Gelukkig ziet Hulspas zelf in dat boomschors als kledingstuk ook niet werkt. I kid you not.

Helemaal niet erg hoor, een foutje af en toe. Maar bovenstaand voorbeeld laat zien dat je het leven in die tijd niet eigen hebt gemaakt.

Waar het mis gaat is dat Hulspas, die zwaar leunt op (de niet zo gerenommeerde) arabist Hans Jansen, de Boekgodsdiensten probeert te verhelderen… met de Boeken zelf. Dezelfde fout kortom die fundamentalisten maken. Hadden Jansen en hij even een algemeen geschiedenis boek ingekeken, dan konden ze lezen dat Mekka een cruciale plek innam op de zijderoutes, zoals Peter Frankopan in zijn schitterende gelijknamige boek beschrijft. Ook al in pre-islamitische eeuwen trouwens, waarbij zijde, huiden, linnen, katoen en nog veel meer werden verhandeld in de stad.

Met historische werken in de hand, had Hulspas ook Jansens complottheorieën niet hoeven volgen, over dat Mekka geen handelstad was, dat Mohammeds Quraysh geen vooraanstaande stam was, Mohammed geen handelsman, en Mohammeds eerste vrouw Khadidja geen handelsvrouw. Op basis waarvan concludeert Jansen dat? Twijfel, taalkunde en een 1 bron. Hulspas meent bovendien dat er veel rammelt aan de oude gezaghebbende overleveringsbron van Ibn Ishaq, opgesteld ongeveer een eeuw na de dood van Mohammed. Tja, inderdaad, n gelovig moslim, eentje die niets kan bewijzen, laat staan zoiets als dat Mohammed een hemelreis maakte. Want, geen historisch werk dus, maar eh, een overlevering. Precies. Die slang weer, zeg maar.

Volgens Hulspas moeten we ook vraagtekens zetten bij de importantie van Mohammed tijdens zijn leven. Belangrijk zou hij pas na zijn dood worden beweert Hulspas, na 700, maar o, wacht even, hadden de moslims geinspireerd door Mohammed toen al niet in 661 een enorm rijk gesticht? Voornaamste argumenten: ‘Onzin. Niet waarschijnlijk. Het lijkt erop dat. Het is mogelijk dat. Het zou kunnen. Dit suggereert.’ Het boek staat er vol mee.

Nog even grinniken. Deze op p 142: het verhaal over Mohammed toen hij jong was en gereinigd werd van zonden. Een engel haalde zijn hart uit zijn lichaam en zuiverde het van het kwaad. Dan ziet Hulspas er vervolgens een vergelijking in met besnijdenis, eveneens een soort reiniging volgens hem. Ineens haalt hij Bijbelteksten aan die het hebben over geestelijke besnijdenis. En dus moeten we het verhaal zien in die vorm stelt hij. Hand op mijn hart, ik ken veel moslims die zijn besneden, maar eh, hun ziel, nou nee.

Halverwege krijg ik medelijden met hem. Hulspas probeert uit de kluwen legenden, de Koran, de overleveringen en allerhande tegenstrijdige interpretaties, harde informatie te ontrafelen over Mohammed. Hij rekent af met metafysische onzin. Nee, natuurlijk kunnen we niet meer bewijzen dat Mohammed een ruzie tussen vier families over restauratie van de Ka’aba slechtte, door op ingenieuze wijze voor te stellen de zwarte steen op een doek te plaatsen en de hoeken ervan door alle vier te laten dragen. Maar wat een prachtig verhaal.

Of de slang daadwerkelijk heeft gesproken, zit jij er mee? Of dat de profeet echt op een witte ezel met vleugels van Mekka naar Jeruzalem vloog? Wat een hoop onnodig getheoretiseer. Wetenschappelijke twijfel is goed. Maar stel dan de goede vragen. En antwoorden krijgen we noch bij Jansen, noch Hulspas. We komen geen stap dichterbij de profeet.

Gemiste kans bij dat alles is dat hij nauwelijks ingaat op de sociale veranderingen die Mohammed nastreefde en verwezenlijkte, gelijkwaardigheid, gelijkere verdeling van welvaart, regels inzake erfenissen, huwelijken enz en met name de verbetering van de positie van kwetsbaren, wezen, vrouwen. Zo stipt Hulspas op p 97 even aan dat er moord op ‘kleine kinderen’ plaatsvond in pre-islamitische tijden. Van cruciaal belang is dat het hier vooral gaat om moord op meisjes, omdat zij als minder waard en als een extra mond te voeden werden gezien. Mohammed, zelf een arme wees, wilde een einde maken aan deze praktijken.

Om mijn korte verhaal niet langer te maken; astronomen blijven beter bij hun sterren. Voor nieuwe inzichten moeten we toch bij nonnen en moslims zijn, of bij de onovertroffen historicus Maxime Rodinson. Die boeken zijn niet geschreven door farizeeën en zij waren al helemaal niet op zoek naar sprekende slangen.

PS Ik lees momenteel Mohammed, biografie van de Profeet door Barnaby Rogerson (2004), absolute aanrader.